Klara's 10
Antonio Vivaldi per l'Orchestra di Dresda - Alexis Kossenko
Uitvoerders
Zefira Valova, viool; Les Ambassadeurs o.l.v. Alexis Kossenko
Label
Alpha 190
Programma
Antonio Vivaldi: Vioolconcerto's RV 569, 568, 562 Per la Solennita di S. Lorenzo, 571 en 574
Klara's oordeel
Samen met zijn ensemble Les Ambassadeurs wil de Franse fluitist en dirigent Alexis Kossenko vergeten repertoire onder het stof vandaan halen. De titel van deze cd 'per l'Orchestra di Dresda', tegelijk ook de naam van deze bundel 'concerti con molti stromenti' van Antonio Vivaldi, is de banier waaronder deze muzikanten het meest beroemde orkest uit de tijd van Bach willen herontdekken. Want dat Dresdener orkest had een uitstekende reputatie, voor zijn rijke klank en grote discipline, maar ook voor de passie, de kracht en de verfijning van zijn uitvoeringen. En hun tocht begint dus hier, bij Vivaldi: zijn vriendschap met de componist en concertmeester van het orkest, Johann Georg Pisendel, leverde vele meesterwerken op.
Deze Pisendel was ook een fantasievol en handig arrangeur, die de concerti van Vivaldi aanpaste aan de bezetting en de technische mogelijkheden van de Dresdner Hofkapelle. Zo bracht hij bijvoorbeeld solo's die Vivaldi voor de hobo had geschreven, bij andere instrumenten. Ook harmonisch, structureel en qua versieringen voegde hij heel wat wijzigingen door, en soms componeerde hij hele gedeelten gewoon opnieuw. En zo hebben de vijf concerto's die Les Ambassadeurs op deze nieuwe Alpha-cd presenteren een heel eigen karakter en opbouw, toch wel verschillend van het traditionele Vivaldi-idioom: een dominante partij voor de viool solo, enkele solisten op het tweede plan (hobo's en hoorns) en natuurlijk ook een weelderig klankenpalet (met o.a. een 'gran fagotto' toegevoegd aan de continugroep).
De levendige en enthousiaste uitvoeringen van Les Ambassadeurs o.l.v. Alexis Kossenko doen deze voortreffelijke muziek alle eer aan. Je moet wel onder de indruk geraken van de kracht en de dynamiek van de allegro's, nog benadrukt door de extroverte stijl en het open, stralende klankbeeld van dit ensemble. Maar in de trage delen wordt de aanpak intiemer en verfijnder, met vaak bijzonder stijlvol resultaat. Een verrukkelijke, zonnige en goedgemutste uitgave
Bart Tijskens
Haydn - Pianoconcerto's - Marc-André Hamelin - Bernard Labadie
Uitvoerders
Marc-André Hamelin, piano; Les Violons du Roy o.l.v. Bernard Labadie
Label
Hyperion CDA 67925
Programma
Joseph Haydn: Pianoconcerto nr.11 in D - Pianoconcerto nr.3 in F - Pianoconcerto nr.4 in G
Klara's oordeel
Het genre van het concerto speelde, helemaal anders dan bij Mozart, nooit echt een centrale rol in het creatieve leven van Joseph Haydn. Een voor de hand liggende reden was dat Haydn, al was hij meer dan vaardig op het klavier en de viool, naar eigen zeggen "geen tovenaar was op welk instrument dan ook". Het gevolg was dat hij, behalve de vroege orgelconcerto's, geen concerto's schreef waarin hijzelf als solist kon schitteren. Daarbij komt nog dat in het Oostenrijks-Hongaarse rijk, vanaf 1750, de symfonie geleidelijk aan populariteit won, en dit ten koste van het concerto. Een evolutie die korte tijd, maar op schitterende wijze, werd 'genegeerd' door de grote reeks pianoconcerto's die Mozart schreef in zijn Weense hoogdagen in het midden van de jaren 1780. Hoe dan ook, Haydns grote krachten als componist - de kernachtige stijl, strakke thematische eenheid, melodische vindingrijkheid en humor - vonden maar gedeeltelijk hun weg in het genre van het concerto, d.w.z. tot het 11e klavierconcerto (hier opgenomen) en het late, bekende trompetconcerto.
De twee vroegere, galante en gracieuze concerto's op deze nieuwe Hyperion-cd (de nummers 3 en 4) schreef Haydn oorspronkelijk voor het klavecimbel. Maar dat ze het ook voortreffelijk doen op een moderne vleugel, toonde Leif Ove Andsnes meer dan tien jaar geleden al aan (bij EMI). En nu is er deze uitstekende nieuwe versie met een integraal Canadese bezetting: pianist Marc-André Hamelin en Les Violons du Roy o.l.v. Bernard Labadie.
Hamelin is een fantasievol, elegant en verfijnd solist in deze drie concerto's, die van begin tot eind fris en sprankelend klinken. Hij beleeft ook duidelijk hoorbaar plezier aan zijn samenwerking met de leden van Les Violons du Roy, een ensemble dat op moderne instrumenten maar met de verworvenheden van de oude muziekpraktijk (waarbij vooral de heldere, levendige stijl en het spaarzame gebruik van het vibrato opvallen) speelt.
Ook de opnamekwaliteit, met een natuurlijk klinkende piano en een fraaie balans tussen solist en orkest, is voortreffelijk.
Bart Tijskens
Balbastre - Pièces de clavecin - Korneel Bernolet
Uitvoerders
Korneel Bernolet
Label
Aliud ACD BE 066-2
Programma
Claude-Bénigne Balbastre: Pièces de clavecin - Premier Livre, 1759
Klara's oordeel
De jonge Vlaamse klavecinist en dirigent Korneel Bernolet maakt indruk, tijdens concerten en nu ook op zijn eerste solo-cd, een uitgave van het Nederlandse Aliud. Bernolet speelde o.a. al met La Petite Bande (Sigiswald Kuijken noemt hem een natuurtalent), Scherzi Musicali, B'rock en zijn eigen ensemble Apotheosis.
Op deze nieuwe cd, met werk van de 18e-eeuwse Franse componist Claude-Benigne Balbastre, toont hij zich als een intelligent en gevoelig muzikant, met een verfijnde techniek, en een opmerkelijk kleurend en sfeer scheppend vermogen.
Die Claude-Benigne Balbastre (1724-1799), klavecinist, organist en fortepianist, was een van de meest befaamde muzikanten in het Frankrijk van zijn tijd. Niemand minder dan Jean-Philippe Rameau introduceerde hem, met succes, bij de Parijse aristocratie. Die contacten in de hoogste kringen inspireerden Balbastre voor zijn 'Pièces de clavecin' uit 1759: dit waren karakterstukken, opgedragen aan edelen, kunstenaars en andere hooggeplaatsten uit de Parijse middenklasse. En de stukken droegen dan ook gewoon de namen van al die voorname lieden.
Het is mooi hoe Bernolet er hier feilloos in slaagt om elk van die stukken een heel eigen stemming en karakter te geven: soms is dat teder en breekbaar (La Berville), of verfijnd-sprankelend (het heerlijke 'La Genty') en gracieus (La Malesherbe), of nog: peinzend (La Berryer ou la Lamoignon) en voornaam (La Morisseau), of soms onweerstaanbaar ritmisch-stuwend (La Castelmore).
Korneel Bernolet bespeelt op deze opname een fraaie kopie van een klavecimbel uit 1736 van Jean-Henri Hemsch, dat uitstekend werd opgenomen in de Academiezaal van Sint-Truiden. Misschien tot besluit nog even Sigiswald Kuijken citeren: "Onder de jonge barokmusici in ons land is Korneel Bernolet zeker een figuur om te volgen." Gaan we graag doen!
Bart Tijskens
Joachim Raff - Symfonie nr.2 - Orkestrale Preludes - Neeme Järvi
Uitvoerders
Orchestre de la Suisse Romande o.l.v. Neeme Järvi
Label
Chandos CHAN 5117
Programma
Joachim Raff: Symfonie nr.2 in C op.140 - 4 Orkestrale Preludes
Klara's oordeel
De in Zwitserland geboren, Duitser Joachim Raff (1822-1882) was een uitzonderlijk begaafd, grotendeels autodidactisch, en een zeer ijverig componist en pedagoog. Nu is hij wat vergeten, maar in zijn tijd was hij een van de meest uitgevoerde en invloedrijke muzikanten. Joachim Raff componeerde bijna 300 werken, en dit in zowat alle genres. Zijn elf symfonieën hebben een degelijke, stevige opbouw, en, al hoor je duidelijke invloeden van Mendelssohn, Beethoven, Schumann en Liszt, toch zijn het hoogst originele en kleurrijke werken, met een opmerkelijke vaart en orkestrale kracht.
De tweede symfonie, die op deze nieuwe Chandos-cd werd opgenomen, schreef Raff in 1866, tijdens zijn verblijf in Wiesbaden. Het is een werk dat om een grote orkestbezetting vraagt, maar tegelijk klinkt het, door de meesterlijke wijze waarop de componist hier de verschillende groepen uit het orkest met elkaar laat dialogeren, erg transparant, licht, speels en aantrekkelijk. De Estse dirigent Neeme Järvi is 76 intussen, maar met een schijnbaar onuitputtelijke energie blijft hij zich inzetten voor ten onrechte verwaarloosd repertoire. Hij leidt hier een liefdevolle, toegewijde, maar waar nodig (in het scherzo en de finale bijvoorbeeld) ook energieke uitvoering van deze tweede symfonie. Het gerenommeerde Orchestre de la Suisse Romande is nog altijd een uitstekend ensemble, met een warme strijkersgroep en een voortreffelijke houtblazerssectie. Probeer maar eens het trio uit het scherzo, het derde deel. Het is geheel is trouwens, zoals we dat al jaren van Chandos gewend zijn, met veel gloed en detail opgenomen.
Dan volgen nog al even gedreven vertolkingen van de vier ongewone Shakespeare-preludes uit 1879, dertien jaar dus (en 150 werken) na de tweede symfonie. Deze concertouvertures (tot 'The Tempest', 'Macbeth', 'Romeo and Juliet' en 'Othello') hebben zo'n geconcentreerde opbouw en ongewone uitwerking, dat je ze maar moeilijk kunt vergelijken met andere werken in dit genre. Het zijn relatief korte stukken, in overwegend snelle tempi, en de preludes tot 'The Tempest' en 'Macbeth' volgen de verhaalstructuur van de toneelwerken zoals we die kennen; die tot 'Romeo and Juliet' en 'Othello' lijken meer de algemene dramatische situaties van deze stukken te willen vatten.
Hopelijk zetten Neeme Järvi en cd-label Chandos hun ontdekkingstocht van het orkestrale repertoire van Joachim Raff snel en met hetzelfde elan voort!
Bart Tijskens
Martha Argerich and Friends: Live from Lugano 2012
Uitvoerders
Martha Argerich, Maria Joao Pires, Nicholas Angelich, Polina Leschenko, piano; Renaud Capuçon en Dora Schwarzberg, viool; Mischa Maisky, cello; Orchestra della Svizzera Italiana o.l.v. Jacek Kaspszyk; e.a.
Label
EMI 721119 2
Programma
Wolfgang Amadeus Mozart: Sonate in D voor piano vierhandig KV381 - Concerto nr.25 in C voor piano en orkest KV503; Robert Schumann: Fünf Stücke im Volkston op.102; Gustav Mahler: Pianokwartet in a; Johannes Brahms: Variaties op een thema van Haydn in Bes op.56a; Antonin Dvorak: Pianokwartet in Es op.87; Giuseppe Martucci: Tema con variazioni in Es op.58; Bedrich Smetana: Sonate in e voor 2 piano's, acht handen - Rondo in C voor 2 piano's, acht handen; Sergej Prokofjev: Sonate nr.2 in D voor viool en piano op.94bis; Claude Debussy: La Mer; Nikolaj Medtner: Pianokwintet in C op. posth.; Mariano Mores: Taquito militar
Klara's oordeel
Het 3cd-doosje van EMI met daarin de live-opnames van de hoogtepunten uit het Lugano Festival, oftewel 'Martha Argerich and friends': het is al jaren een vaste, terugkerende waarde, maar van routine is in de verste verte nog geen sprake. Het tegendeel is waar. Ook in deze nieuwe editie, met daarin dus de concerten van de editie 2012, word je opnieuw ondergedompeld in één groot feest van spontaan en opwindend muziek maken. Maar weinige opnames slagen er zo goed in om de nerveuze energie van live uitvoeringen zo goed te vatten, als deze van het Lugano Festival. En dat heeft wellicht ook veel te maken met de grote betrokkenheid van het trouwe, altijd weer opnieuw dolenthousiaste publiek daar.
Martha Argerich speelt zelf mee in acht van de twaalf werken die in deze cd-doos zijn opgenomen. Sommige van haar partners in deze stukken zijn al jaren vertrouwde gezichten op het Lugano Festival, en de grote kwaliteit van hun bijdragen is intussen genoegzaam bekend. Zo vertolkt Gautier Capuçon de 'Fünf Stücke im Volkston' van Schumann, en is zijn broer Renaud te horen in de tweede vioolsonate van Prokofjev. Samen met Nicholas Angelich brengt Argerich de Haydn-variaties van Brahms, in de versie voor twee piano's.
Het moet duidelijk ook een heel bijzondere ervaring zijn geweest om in de concertzaal de uitvoeringen bij te wonen van de twee stukken voor twee piano's, acht handen, van Bedrich Smetana, waarin Argerich het gezelschap krijgt van oudgediende Lilya Zilberstein en Anton en Daniel Gerzenberg. Maria Joao Pires was er, voor zover we konden nagaan, voor de eerste keer bij. In een uitvoering onder hoog voltage moet ze hier, aangevuurd door Argerich, haar anders zo gevoelige en poëtische stijl toch wel enigszins bijstellen. Er zit ook één concerto in deze verzameling, het 25e van Mozart, een van de weinige concerto's die Argerich nog op haar programma heeft staan.
Naar goede gewoonte valt er in deze uitgave op muzikaal vlak weer en ander boeiends te ontdekken, zoals het fascinerende 'Thema met variaties op.58' voor twee piano's van Giuseppe Martucci (met Nelson Goerner en Rusudan Alavidze) of het pianokwintet in C van Nikolaj Medtner. Ook is er nog een transcriptie voor drie piano's van 'La Mer' Claude Debussy, met de bewerker Carlo Maria Griguoli zelf aan een van die drie piano's.
Bart Tijskens
Berlioz - Ouvertures - Sir Andrew Davis
Uitvoerders
Bergen Philharmonic Orchestra o.l.v. Sir Andrew Davis
Label
Chandos CHSA 5118
Programma
Hector Berlioz: Ouvertures tot Le Corsaire op.21, Béatrice et Bénédict, Les Francs-juges op.3, Le Carnaval romain op.9, Waverley op.1, Le Roi Lear op.4, Benvenuto Cellini op.23
Klara's oordeel
Een goede cd-verzameling van de ouvertures van Hector Berlioz: dat moet zowat geleden zijn sinds de nog altijd erg aanbevelenswaardige opnames van de betreurde Sir Colin Davis. Deze maakte twee opnames met ouvertures van Berlioz, eentje voor Philips, in 1965, met het London Symphony Orchestra, en een andere, met precies hetzelfde programma als deze nieuwe cd, in 1988, voor RCA, toen met de Staatskapelle Dresden.
En nu is er dus die andere Davis, ook een Sir trouwens, Andrew Davis. Hij leidt hier het Bergen Philharmonic Orchestra in zeven ouvertures van Berlioz, waarvan er drie op de traditionele manier aan een opera zijn verbonden, d.w.z. het zijn briljante en spectaculaire openers voor de echte voorstelling begint (Les Francs-juges, Benvenuto Cellini en Beatrice et Bénédict). Een andere is een soort van uittreksel uit een opera (het onweerstaanbare en bekende Le Carnaval romain), en de overige drie zijn zelfstandige concertstukken gebaseerd op literaire bronnen (Waverley, Le Roi Lear en Le Corsaire).
Met hun uitbundige instrumentale kleuren, hun onvoorspelbare ritmische wendingen en plotse, energieke orkestrale uitbarstingen, maar ook door de vaak even onverwacht opduikende gevoelige en lyrische melodieën, bieden deze ouvertures echte en onvervalste Berlioz.
Zonder Colin Davis (die nog beter het verhalende karakter van deze werken wist te vatten) van de troon te stoten, zorgen deze nieuwe, levendige en opwindende uitvoeringen van het voortreffelijke orkest uit Bergen o.l.v. Sir Andrew Davis voor een uitstekend hedendaags alternatief. Daarbij komt nog dat de opnamekwaliteit van deze Chandos-sacd ronduit spectaculair is.
Bart Tijskens
Beethoven - Yundi - Pathétique - Mondschein - Appassionata
Uitvoerders
Yundi, piano
Label
DG 476 5049
Programma
Ludwig van Beethoven: Sonate nr.8 in c voor piano op.13 Pathétique - Sonate nr.14 in cis voor piano op.27 nr.2 Mondschein - Sonate nr.23 in f voor piano op.57 Appassionata
Klara's oordeel
De Chinese pianist Yundi (tegenwoordig zonder Li), in 2000, op zijn 18e, de jongste winnaar ooit op het Internationaal Frederick Chopin Piano Concours, heeft op cd-gebied een wat wisselvallig parcours afgelegd. Er waren de technisch verbluffende en muzikaal opwindende Liszt (sonate)- en Chopin (scherzo's en impromptu's)-opnames voor Deutsche Grammophon, naast de matte, kleurloze nocturnes, ook van Chopin (nog bij EMI).
Op deze nieuwe DG-cd, met daarop de drie meest geliefde en bekende sonates van Beethoven, lijkt Yundi er artistiek weer helemaal te staan. In de 'Pathétique', waar de cd mee opent, hoor je een gerijpt muzikant: de 'grave'-inleiding klinkt ernstig en bezonken, en meteen (en zeker ook in het snelle vervolg van het openingsdeel) moet je wel onder de indruk geraken van de bijzonder mooie pianoklank (perfect opgenomen in de Berlijnse Teldex-studio) en de adembenemende techniek van Yundi. Door een goed gekozen, gaand tempo en een vederlicht toucher, geeft Yundi het befaamde 'Adagio cantabile' hier een verfijnd, liedachtig karakter. En in de finale combineert hij een stuwende puls met een gracieuze voordracht.
Ook in het openingsdeel van de 'Mondschein'-sonate is het pianospel van Yundi poëtisch, vloeiend en hij brengt concentratie, verbeelding en spontaniteit in de twee volgende, snelle delen. Bijzonder is ook, ten slotte, in zijn vertolking van de 'Appassionata'-sonate, het fraaie contrast tussen de eenvoudige, natuurlijke intensiteit in de variaties van het middendeel en de lichtheid en helderheid van de finale.
Bart Tijskens
Vladimir Ashkenazy - Rachmaninov Rarities
Uitvoerders
Vladimir Ashkenazy, piano
Label
Decca 478 2939
Programma
Sergej Rachmaninov: Pianostuk in As - Morceaux de salon op.10 - Drie nocturnes - Lied ohne Worte in d - Canon in e - Fuga in d - Vier stukken - Prelude in F - Morceau de fantaisie in g - Fughetta in F - Oriental Sketch - Droevig is de nacht op.26 nr.12 (arr.Vladimir Ashkenazy) - Nunc dimittis
Klara's oordeel
Op 23 december 1917 verliet Sergej Rachmaninov zijn geboorteland Rusland en hij trok naar Finland, waar hij enkele compositieopdrachten had gekregen. Hij had een kleine reiskoffer bij zich, waarin enkele kostbare partituren zaten: schetsen voor een nieuwe opera, een herziene versie van zijn eerste pianoconcerto en ook enkele kleine pianostukken die hij had geschreven op het ogenblik dat zijn land in een burgeroorlog afzakte. Rachmaninov zou er nooit terugkeren. Hij zette alles in op een succesvolle carrière in het Westen, en vanaf 1939 vestigde hij zich voorgoed in de Verenigde Staten. En ook zijn verzameling partituren (waaronder de pianostukken die Vladimir Ashkenazy op deze nieuwe Decca-cd verzamelde), manuscripten en andere documenten bleven daar bewaard, o.a. in de Library of Congres.
De bekendste werken op deze unieke verzameling zijn wellicht de zeven 'Morceaux de salon op.10', typische stukken uit die tijd, duidelijk bedoeld om uitgevoerd te worden in kleine kring. De 'Drie nocturnes' zijn dan weer het minst kenmerkend voor de stijl van Rachmaninov, en dat is wel te begrijpen als je weet dat hij ze al op zijn 14e schreef. En voorts vind je hier nog zo'n vijftien korte jeugdwerken van de componist, waaronder de vier lyrische, virtuoze stukken waarvan lange tijd ten onrechte werd gedacht dat ze zijn op.1 vormden, een canon en een fuga ook, een krachtige 'Oosterse schets', een 'Morceau de fantaisie', een 'Lied ohne Worte'.
Bijzonder zijn zeker ook de twee bonussen op het eind van de cd: een bewerking van Vladimir Ashkenazy van een van de vele liederen van Rachmaninov en een arrangement voor piano van de componist zelf van het 'nunc dimittis' uit zijn eigen Vespers.
Al zijn hele lange carrière voert Vladimir Ashkenazy de muziek van Sergej Rachmaninov uit. Bijna alles daarvan nam hij ook al op, soms meer dan één keer. Het is dan ook ontroerend om te horen met hoeveel toewijding, elan en enthousiasme hij zich hier inzet voor de jeugdwerken van zijn door hem zo bewonderde landgenoot.
Bart Tijskens
A Century of Russian Colours - Camille Thomas - Beatrice Berrut
Uitvoerders
Camille Thomas, cello; Beatrice Berrut, piano
Label
Fuga Libera FUG712
Programma
Sergej Rachmaninov: Sonate in g voor cello en piano op.19; Dmitri Kabalevsky: Sonate in Bes voor cello en piano op.71; Lera Auerbach: Zeven preludes uit 24 Preludes voor cello en piano op.47
Klara's oordeel
Het is mooi en, in deze moeilijke tijden, moedig hoe ze zich bij de Belgische cd-firma Fuga Libera voor jong talent blijven inzetten. Neem bijvoorbeeld deze nieuwe cd met twee voortreffelijke jonge muzikantes in een programma met romantische en hedendaagse Russische muziek voor cello en piano.
Camille Thomas is een Frans-Belgische celliste, geboren in Parijs in 1988. Zij won al enkele prijzen en ze werd in de muziekpers, terecht als we op deze opnames mogen afgaan, al geprezen voor haar welluidende romantische expressie, haar volle, diepe celloklank en onberispelijke techniek. Haar partner hier is de drie jaar oudere, Zwitserse pianiste Beatrice Berrut, een al even groot talent, dat al samenwerkte met muzikale reuzen als Gidon Kremer, Shlomo Mintz en Itzhak Perlman.
Camille Thomas brengt een warme, passievolle en verfijnde vertolking van de cellosonate van Rachmaninov, en Beatrice Berrut is een vindingrijke, attente en erg geconcentreerde partner. Opmerkelijk is ook de grote lyrische drive waarmee ze de finale spelen. En de waarde van deze fraai (in Studio 4 van Flagey) opgenomen en uitgebalanceerde cd verhoogt nog door de andere werken, de cellosonate op.71 uit 1962 van Dmitry Kabalevsky bijvoorbeeld.
Dmitry Kabalevsy (1904-1987) was het type componist dat, binnen de artistieke richtlijnen van het Sovjet-regime, een heel eigen emotionele, geraffineerde en elegante stijl ontwikkelde. Zijn cellosonate, nog altijd een rariteit op cd, behoort zeker tot zijn beste werken. De beide jonge muzikantes brengen er hier een frisse, spontane en technisch verbluffende (celliste Camille Thomas in het veeleisende middendeel!) versie van.
Ze sluiten de cd af met 7 van de 24 preludes voor cello en piano uit 1973 van Lera Auerbach, een componiste die de volledige ontmanteling van de USSR niet afwachtte en zich in 1991 al in New York vestigde. Thomas en Berrut slagen er hier moeiteloos in om elk deel van deze cyclus, waarin Auerbach grote muzikale voorbeelden uit het verleden in een persoonlijke, hedendaagse stijl verweeft, een heel eigen sfeer en karakter te geven.
Bart Tijskens
Turina - Danzas fantasticas - Clara Mouriz - Juanjo Mena
Uitvoerders
Clara Mouriz, mezzosopraan*; BBC Philharmonic o.l.v. Junjo Mena
Label
Chandos CHAN 10753
Programma
Joaquin Turina: Danzas fantasticas op.22 - Poema en forma de canciones op.19* - Saeta en forma de Salve a la Virgen de la Esperanza op.60* - Farruca uit Triptico op.45* - Ritmos op.43 - Sinfonia sevillana op.23
Klara's oordeel
Op een dag in 1907 kreeg de jonge Spaanse componist Joaquin Turina (1882-1949) een pittig advies van een belangrijke collega, Isaac Albeniz. Turina, die op dat ogenblik studeerde bij Vincent d'Indy, had net zijn pianokwintet gecreëerd, een stuk dat de overduidelijke invloed van César Franck verraadde. Albeniz was erbij, en hij hield helemaal niet van het werk. Hij deed de jonge Turina beloven dat hij nooit meer dit soort muziek zou schrijven, en dat hij zijn kunst voortaan zou baseren op Spaanse volksmuziek, of beter nog, omdat hij uit Sevilla kwam, op Andalusische volksliederen.
Turina nam deze raad ter harte, en hij greep met zoveel enthousiasme terug naar zijn muzikale roots, dat hij een van de belangrijkste Spaanse componisten van zijn generatie zou worden, naast de nog originelere en meer stoutmoedige Manuel de Falla. Zijn ervaringen in Parijs, en zeker ook zijn ontmoetingen daar met Debussy en Ravel, beiden grote liefhebbers van de Spaanse cultuur, waren daarbij een belangrijke stimulans.
Op deze nieuwe Chandos-cd, het tweede volume van de reeks met de titel 'La Musica de Espana', leidt de Spaanse chef-dirigent van de alsmaar exotischer klinkende BBC Philharmonic, zijn ensemble in drie belangrijke orkestwerken van Joaquin Turina: de impressionistisch gekleurde 'Danzas fantasticas' uit 1919, de kort daarna gecomponeerde, van dezelfde sfeer doordrongen 'Sinfonia sevillana' (ondanks de titel allesbehalve een symfonie), en 'Ritmos op.43', origineel geschreven voor een ballet dat helaas nooit werd uitgevoerd. De uitvoeringen hier zijn kleurrijk en warmbloedig, en gelukkig vermijdt Mena elke vorm van overdrijving.
De overige drie stukken op deze cd, waarvan het bij de flamenco aanleunende 'Poema en forma de canciones' het omvangrijkste is, vragen ook een vocale soliste, en dat is hier de Spaanse mezzosopraan Clara Mouriz. Zij heeft zich het vurige idioom van de flamenco met veel overtuiging eigen gemaakt; helaas klinkt ze in het hoge register wat gespannen en gechargeerd.
Bart Tijskens




